Hoe gelukkig is de Nederlandse Melkkoe? (25/05/2011)

Beter welzijn van melkkoeien: wordt aan gewerkt, maar nog lang niet klaar

De onderzoeker dierenwelzijn, de schrijver van Wakker Dier-nota's en de

melkveehouder met zijn geheel nieuwe vrijloopstal zijn het wel aardig met

elkaar eens wat koeien nodig hebben om gelukkig te zijn. Maar de discussie

tussen de 190 aanwezigen in de zaal toont grote verschillen in opvattingen. Dat

bleek gisteren tijdens de themabijeenkomst "Hoe gelukkig is de Nederlandse

melkkoe?" die was georganiseerd door Hogeschool Van Hall Larenstein in

Leeuwarden.

 

Onder het publiek bevonden zich met name studenten, veehouders, docenten, politici,

en betrokkenen vanuit het bedrijfsleven en dierenwelzijnsorganisaties. Het doel van de

bijeenkomst was om meer inzicht te krijgen in de stand van zaken rond dierenwelzijn op

melkveebedrijven. Jelle Zijlstra, lector melkveehouderij aan Hogeschool Van Hall

Larenstein, opende de themamiddag en gaf aan dat uit de concurrentie in de supermarkt

tussen zuivelproducenten Friesland Campina en Arla blijkt dat het welzijn van koeien een

steeds belangrijker verkoopargument wordt. Dat biedt kansen voor melkveehouders die

melk willen produceren op meer welzijnsvriendelijke manieren.

 

Spreker René Houkema die Wakker Dier heeft ondersteund bij het schrijven van nota's

over het welzijn, somde de belangrijkste knelpunten binnen de huidige melkveehouderij

op. 70% van de melkkoeien heeft klauwproblemen. En 40% van de koeien heeft last van

uierontstekingen. De pijn die een koe ervaart bij uierontsteking is vergelijkbaar met wat

zogende moeders ervaren bij borstontsteking en dat levert zeer gevoelige pijnklachten

op, aldus Houkema. Als oorzaken noemt hij dat koeien meestal op beton lopen, te

eenzijdige fokkerij op hogere melkproductie en vooral ook de eis "veel melk voor weinig

geld" van de consument.

 

Weidegang is op zijn retour, maar zou juist een oplossing kunnen bieden voor de

tekortkomingen op het gebied van welzijn in de stal, en zou ook de ziektekosten kunnen

verminderen. Hans Hopster, lector welzijn van dieren aan Hogeschool Van Hall

Larenstein onderschrijft dit en benadrukt ook de noodzaak tot verdere vernieuwing van

stallen. Hij citeert rapporten van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid EFSA die

concludeert dat het welzijn van melkvee de afgelopen 20 jaar nauwelijks is verbeterd.

Dit ondanks dat het welzijn in moderne stallen duidelijk wel is verbeterd in die periode.

Hopster is van mening dat op praktijkbedrijven het welzijn gerichter gemeten zou

moeten worden zodat zowel veehouders als buitenstaanders meer zicht zouden krijgen

op hoe het er werkelijk voor staat.

 

Melkveehouder uit Meindert Wiersma uit Midwolde (Groningen) heeft 60 melkkoeien in

een zelf ontwikkelde vrijloopstal met een bodem van houtsnippers en composterende

mest. 82 % van zijn koeien is vrij van klauwproblemen. Uierontstekingen zijn sterk

teruggedrongen. Het geheim van zijn stal is dat een koe makkelijk kan gaan liggen en

weer opstaan. In zijn stal is het welzijn van de koeien zelfs beter dan in de wei, aldus

Wiersma.

 

Daan Köhne, student melkveehouderij bij Hogeschool Van Hall Larenstein, zet voor de

toekomst in op een stal met een hele lage ammoniakemissie. Rond het afkalven en in de

eerste 100 dagen van de lactatie staat de koe binnen, daarna heeft ze de vrije keus

tussen de stal of uitloop. Esther Veenstra, studente diermanagement aan de zelfde

hogeschool opteert voor een totaal nieuw concept met een zeer sterke nadruk op welzijn

van de koe. Koeien jaarrond buiten, kuddes met een maximale grootte van 70 koeien,

niet meer onthoornen, onderhuidse chips in plaats van oormerken, kalveren bij de kudde

houden en een stier bij de kudde waren enkele van de ideeën die ze gebruikte bij haar

introductie van een geheel nieuw soort melkveebedrijf.

 

Via stellingen werd de mening van de zaal gepeild over de gewenste ontwikkeling voor

meer welzijn. Dit leidde tot felle discussies over de vraag of een koe vooral een

productiemiddel is of dat de eigenwaarde van de koe voorop zou moeten staan.

Weidegang wettelijk verplichten kreeg weinig steun vanuit het publiek. Melkveehouders

belonen die extra aandacht besteden aan dierwelzijn kreeg meer steun. Dat gold ook

voor de melkrobot als melkstressverminderaar, alhoewel hogeschoolstudent Bram

Jansen daar de kanttekening bij plaatste dat niet iedere boer geschikt is om te werken

met een robot.

 

Voorzitter Jelle Zijlstra constateert na afloop dat in de discussie feiten en

emoties volop door elkaar lopen en dat hij dat ook waardeert omdat de hele

welzijnsdiscussie niet alleen gaat over feiten maar ook over ethiek, normen en waarden

en dus meningen. En dus zullen we ook moeten accepteren dat burgers en

supermarktklanten hierin verschillende keuzes maken. Die keuzes beter onderbouwd

maken, was een belangrijk doel van deze middag.


Naar de nieuwsberichten