Studieprogramma major Applied Animal Science
Propedeuse en tweede jaar

In het eerste jaar oriënteer je je op het brede werkveld en de sector. Hoe kan ik een koe het beste voeren voor een optimale melkproductie? Hoe beoordeel ik een veehouderijbedrijf? Is biologische veehouderij beter voor het dierenwelzijn en de volksgezondheid?
Wat is de invloed van het Europees beleid op de Nederlandse landbouw? Zo maar een paar vragen die je behandelt in verschillende themablokken. Ook ontwikkel je praktische kennis, zoals het werken met verschillende systemen op agrarische bedrijven.
In het tweede jaar staan verdieping en het toepassen van kennis centraal. De onderwerpen hebben te maken met het dier, beleid, ondernemerschap, klanten en communicatie (reflectie, presentatie- en adviestechnieken).
In beide jaren is de uitgelezen gelegenheid om kennis te maken met de internationale agrarische sector via begeleide uitwisseling en een kort verblijf in een ander land, als deelnemer aan een lesprogramma of een onderneming.
Derde en vierde jaar

In de laatste twee jaar ga je je specialiseren in de diersoort die je het beste ligt, via vakken als immunologie, voeding, diergezondheidszorg en voortplanting. Je leert en oefent een methodiek om een diersoort goed te leren kennen en die ook op andere diersoorten en sectoren toe te passen is.
Ook bestudeer je omgevingsfactoren en hun invloed op welzijn en prestaties van het dier. Maar om in deze sector succes te hebben, moet je meer weten dan alleen hoe alles 'werkt'. Hoe communiceer je je kennis? Oftewel: Hoe vertaal je wat je weet, naar beleid dat wérkt? Ook dat leer je bij Applied Animal Science.
Je kiest vervolgens een stage waarin je je specialisatie in de praktijk brengt. In het laatste jaar kies je een minor, waarmee je je studie nog meer profiel geeft. Of je volgt een blok bij Wageningen Universiteit of in het buitenland.
Het sluitstuk van je studie vormt je afstudeeropdracht, waarbij je onderzoek doet bij een (internationale) organisatie in de veehouderij.