Propedeuse en tweede jaar
Het eerste jaar is opgebouwd uit algemene en praktijkgerichte modules. Je leert alle kanten van het werkveld kennen. Je leert vaardigheden als onderzoeken, klantgericht denken, samenwerken, leidinggeven en problemen oplossen. En je snuffelt alvast wat aan de praktijk in een oriënterende stage van vier weken aan het eind van dat jaar.
Je definitieve keuze voor Wildlife Management is aan het eind van het tweede jaar na een oriënterende stage van vijf maanden. Deze stage kun je bijvoorbeeld lopen bij een nongouvernementele organisatie (NGO), een fokker, een natuurbeheerder of in een dierentuin.

Derde en vierde jaar
In het derde jaar volg je niet alleen de modules van je major, maar ook van de minor (een specialisatie). Via modules verplaats je je in vier verschillende rollen die na je studie weleens dagelijkse praktijk zouden kunnen worden.
In de rol van natuurbeheerder leer je een beheersplan te ontwikkelen over bijvoorbeeld een natuurgebied. Als ecologisch adviseur kun je veldonderzoek doen voor Milieu Effect Rapportages, bijvoorbeeld ten behoeve van het behoud van bepaalde dierpopulaties. Je zet je als wildlife-belangenbehartiger in voor dieren door erover te communiceren en door beleidsvoorstellen te doen.
Je leert alles over de plaats van het wilde dier in een ecosysteem. Je leert dierpopulaties professioneel beheren, natuurbeleidsplannen te ontwikkelen en je krijgt inzicht in internationale, interculturele verbanden. En in de rol van diercollectiebeheerder leer je de dierentuin van binnen kennen.
De eerste helft van het vierde jaar begint met een stage van vijf maanden in het binnen- of buitenland. Daarna richt je je geheel op je afstudeeronderzoek. De hele major is in het Engels, want het wild beperkt zich niet tot Nederland.
