Propedeuse en tweede jaar
De eerste helft van je studie begint breed en eindigt diep. Water, natuur, landschap, landbouw, bossen, recreatie, infrastructuur, landmeting, grondwater, wegen, dijken, dammen, waterwegen enzovoort: je weet nu alleen wat deze woorden betekenen.

Aan het eind van het tweede jaar zijn het begrippen waar je wekenlang van kunt dromen. Maar feit is dat je middenin de werkelijkheid staat, met realistische projecten over bijvoorbeeld het aanleggen van rioleringen in een woonwijk aan het water.
Of je staat midden in de modder als je veldonderzoek doet. Aan het einde van je tweede jaar weet je precies wat je wilt.
Derde en vierde jaar
Tijd voor het serieuze werk. Het derde jaar bestaat uit een oriënterende stage, een verdieping in je major en een praktische stage.
Thema's in je major zijn vasthouden, bergen en afvoeren van water, meervoudig ruimtegebruik, klimaatadaptatie, water in relatie tot duurzaamheid en natuur- en milieukwaliteit. Deze thema's behandel je als je aan de slag gaat met een actuele praktijkopdracht van een waterschap of Rijkswaterstaat.

In je vierde jaar specialiseer je je met een minor. Waar ligt jouw interesse? Bij archeologie en cultuurlandschap, of bij ecohydrologie? Bij water-systeemanalyse, of bij ontwikkelingsplanologie? In Nederland of buiten de grenzen?
Je afstudeeropdracht, met één of twee medestudenten, beslaat het laatste halfjaar van je studie.