Propedeuse en tweede jaar
In het eerste jaar werk je aan projecten die ingaan op ontwikkelingssamenwerking, de plattelandsbevolking en vernieuwingen op het platteland. Daarnaast krijg je trainingen in interviewen, creativiteitsontwikkeling, probleemanalyse en presenteren. Omdat de thema's in de vorm van projecten worden aangeboden, werk je meteen aan basisvaardigheden als organiseren, plannen en samenwerken.

Het tweede jaar begint met een korte stage om het platteland beter te leren kennen. Daarna verdiep je je vakkennis met onderwerpen als: 'wat is leefbaarheid op het platteland?' Of: 'Hoe ziet het plattelands- en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid eruit en hoe kan ik er gebruik van maken?' Je weet steeds meer over armoedebestrijding, plattelandstoerisme, natuurbeheer door de lokale bevolking en ander landgebruik. Ook word je steeds beter in procesbegeleiding en projectwerk.
Derde en vierde jaar
De eerste helft van het derde jaar vergroot je je vaardigheden en kennis op het gebied van faciliteren en communiceren, innoveren, interactief onderzoek, plannen en trainen. Natuurlijk is ook de praktijk weer aan de beurt, want je gaat vijf maanden op stage in het binnen- of buitenland.

Vervolgens krijg je de kans om je kennis via een keuzeprogramma (minor) te verdiepen of juist te verbreden. Na een goede voorbereiding is het dan tijd voor je afstudeeropdracht. Deze duurt vijf maanden. Je doet onderzoek voor een externe opdrachtgever in Nederland of elders in de wereld. En dan is het zover: je kunt als 'regional developer' aan het werk!